logo Stichting Vrienden Natuurbehoud Suriname

Participatie voorzitter SVNS in onderzoek strandlopers (snipjes) in Suriname, Frans-Guyana en Brazilië van de New Jersey Audubon Society.


Langs de noordoostkust van Zuid-Amerika overwinteren ieder jaar honderdduizenden Grijze Strandlopers of Semipalmated Sandpipers (Calidris pusilla). De meeste verblijven op de modderbanken en in de lagunes van Suriname. Sinds de jaren zeventig en tachtig zijn de aantallen van deze soort hier met meer dan 80% achteruitgegaan. Dit is geen lokaal verschijnsel. Ook elders langs de West-Atlantische trekroute is die afname vastgesteld. De New Jersey Audubon Society die al vele jaren onderzoek aan deze soort verricht in New Jersey in de Verenigde Staten, is in 2009 in Suriname en Frans-Guyana een onderzoek gestart naar de levensomstandigheden van dit snipje in het belangrijkste deel van zijn overwinteringgebied.

Jaarlijks worden de aantallen snipjes langs de noordoostkust van Zuid-Amerika vanuit de lucht geteld. Verder worden ieder jaar duizenden snipjes gevangen en voorzien van een metalen pootring en een gekleurd vlaggetje met een unieke code erop. De vogels worden tevens op leeftijd gebracht, gemeten, gewogen en onderzocht op actieve rui van het verenkleed. Daarnaast worden van veel vogels enkele druppels bloed en een klein veertje verzameld om het geslacht te bepalen en aan de hand van chemische kenmerken in de veren de herkomst van de vogels te bepalen.

Arie L. Spaans, de voorzitter van de Stichting Vrienden Natuurbehoud Suriname, is vanwege zijn bekendheid met de kust van Suriname en zijn kennis omtrent de levenswijze van de soort in Suriname gevraagd aan dit internationale onderzoek deel te nemen. In Suriname participeren STINASU en de afdeling Natuurbeheer van de dienst ’s Lands Bosbeheer ook in het onderzoek, in Frans-Guyana is dat GEPOG (le Groupe d’Étude et de Protection des Oiseaux en Guyane). In 2012 zal ook de kust van Brazilië in het onderzoek worden betrokken.

De eerste resultaten van het onderzoek duiden erop dat de vogels in Suriname niet magerder zijn dan in de jaren zeventig van de vorige eeuw en in april-mei voldoende in gewicht toenemen om de oversteek van Suriname naar New Jersey in mei met succes te voltooien. Maar voortgezet onderzoek is nodig om deze conclusie verder te onderbouwen.