Aanbieding eerste exemplaar van sticker, flyer en poster voor een betere bescherming van kustvogels aan de minister van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer

Geachte Minister en genodigden,

Wij staan vandaag aan de start van een bewustwordingscampagne voor een betere bescherming van onze kustvogels. “Waarom deze actie?” zult u misschien zeggen. Ik zal in de komende minuten proberen op die vraag een antwoord te geven.

Suriname heeft een bijzondere kust. Die bestaat voor een groot deel uit brede modderbanken, met daarachter uitgestrekte parwabossen, lagunes of pannen en brakwaterzwampen. Dit gebied op de grens van zoet en zout – vaak aangeduid als de estuariene zone – is heel voedselrijk. Het is daardoor niet alleen een kraamkamer voor verschillende commercieel belangrijke vis- en garnalensoorten, maar ook een broed- en voedselgebied voor grote aantallen watervogels. Er broeden hier niet alleen tienduizenden sabaku (verschillende soorten kleine reigertjes) en rode ibissen, maar een groot deel van het jaar verblijven er ook een paar miljoen steltlopers of snipjes: trekvogels uit Noord-Amerika die de koude winter daar ontvluchten en hier dan overwinteren.

Wij vinden die aantallen allemaal heel gewoon, omdat we ermee opgegroeid zijn. Maar gewoon is het niet. Het is heel uitzonderlijk dat er zulke grote aantallen watervogels op zo’n kleine kustoppervlakte voorkomen. Er zijn maar weinig plekken op de wereld waar dat het geval is. De kust van Suriname neemt dan ook voor veel watervogels een bijzondere plaats in. Nergens in de Guyana’s broeden zo veel sabaku en rode ibissen als hier. In sommige jaren nestelt hier zelfs meer dan een derde van de hele wereldpopulatie van de rode ibis. En wat te denken van al die snipjes. Langs de kust van Suriname verblijft meer dan de helft van alle snipjes die langs de kust van Zuid-Amerika overwinteren. En dan te bedenken dat onze kust minder dan 2% beslaat van de hele kust van Zuid-Amerika.

De kust van Suriname is dus van grote internationale betekenis. De overheid heeft dat belang al lang geleden onderkend. Die heeft niet alleen delen van de kust die belangrijk zijn voor vogels aangewezen als natuurreservaat, maar het grootste deel van de kust ook de bestemming van “bijzonder beheersgebied” gegeven.

Daarnaast heeft de overheid voor het behoud van de vogelstand veel watervogels aangewezen als beschermde diersoort. Op die vogels mag dus niet worden gejaagd. Toch gebeurt dat helaas nog wel. Er wordt niet alleen nog geregeld op snipjes geschoten, maar ook op soorten als rode ibis en blasman (jabiroe). Dat is niet alleen strafbaar, maar ook jammer.

Als er bijvoorbeeld niet meer op rode ibissen wordt geschoten, zullen de vogels minder schuw worden. De gezamenlijke slaapplaatsen van sabaku en rode ibis in de parwa zouden dan kunnen uitgroeien tot toeristische attracties. De slaapplaats in het Caronizwamp op Trinidad trekt jaarlijks 16.000 betalende bezoekers. Stelt u zich eens voor dat we zo’n aantal ook eens naar onze ibissen zouden kunnen krijgen.

Wat de gevolgen van de illegale jacht op beschermde vogels kan zijn, laat de blasman zien. Niet zo heel lang geleden kon men vanaf de Oost-Westverbinding bij Wageningen nog groepjes van enkele tientallen vogels in de pannen zien. Langs de hele kust telden we soms 100-150 vogels. Nu zijn we al blij als we er nog een of twee tegenkomen. De soort is bijna uit ons land verdwenen. En of er nog blasman in het land broeden, zoals vroeger, is maar zeer de vraag. En dan te bedenken dat deze prachtige vogel met een vleugelspanwijdte van 2,5 meter een van de grootste ooievaars van de wereld is. Die mogen we toch zeker niet uit Suriname laten verdwijnen?

Jagers weten drommels goed dat ze niet op beschermde vogels mogen jagen. Maar ze weten niet dat die vogelrijkdom langs de kust zo bijzonder is. En ze weten ook niet dat ze met het schieten op deze vogels eigenlijk de kip met de gouden eieren slachten. Vogelliefhebbers komen van heinde en ver om te genieten van de grote aantallen vogels die langs de kust van Suriname voorkomen. Die vogels brengen dus geld in het laatje. Zo’n inkomstenbron moet men toch niet verloren laten gaan?

Het zijn die aspecten die Natuurbeheer-LBB en STINASU tijdens de komende weken aan de jagers langs de kust graag duidelijk willen maken middels stickers, flyers, posters en voorlichtingsbijeenkomsten. Wij hopen met deze bewustwordingscampagne jagers ervan te weerhouden nog langer op beschermde kustvogels te schieten en zo een betere bescherming van de vogels te bewerkstelligen.

Hoe is deze bewustwordingscampagne voor een beter bescherming van onze kustvogels tot stand gekomen?

De situatie met betrekking tot de illegale jacht op beschermde vogels in het land was mij als oud-medewerker van Natuurbeheer-LBB en als voorzitter van de Stichting Vrienden Natuurbehoud Suriname al enige tijd bekend. Met die kennis kon ik echter lange tijd niets doen.

Maar twee jaar geleden presenteerde ik aan uw voorganger, meneer de Minister, mijn boekje over de kustvogels van Suriname, een uitgave van STINASU. Ik stuurde het boekje ook toe aan een oude kennis van me. Die deelde mij als reactie mee dat hij een aantal jaren terug een geldprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds had gekregen voor zijn inspanning op het gebied van natuurbescherming. Een prijs die hij voor het grootste deel moest besteden aan natuurbeschermingsprojecten in binnen- en buitenland. Van het oorspronkelijke bedrag was toen nog 2000 euro over en hij bood dit de Vrienden Natuurbehoud Suriname aan voor een betere bescherming van de Surinaamse kustvogels.

We accepteerden natuurlijk het bedrag in dankbaarheid en stelden hem voor om van het geld een flyer te drukken waarin jagers duidelijk zou worden gemaakt waarom ze niet op beschermde kustvogels moeten jagen. Dit idee werd door Natuurbeheer-LBB en STINASU omarmd. Maar ze zeiden er meteen bij dat het goed zou zijn als tegelijkertijd een poster over beschermde kustvogels het licht zou kunnen zien. Het beschikbare budget liet dit echter niet toe.

Intussen rijpte langzamerhand de gedachte om een meer omvattende bewustwordingscampagne op te zetten. De Stichting Vrienden Natuurbehoud Suriname vond een aantal fondsen in Nederland bereid om zo’n campagne financieel mogelijk te maken. Van deze fondsen wil ik graag de Stichting Dierentuinen Helpen als hoofdsponsor met name noemen.

Het resultaat is dat wij door middel van stickers, flyers en posters de mensen de komende weken bewust kunnen maken van de problematiek rond het schieten van beschermde kustvogels, terwijl een themabord over dit onderwerp in de Paramaribo Zoo kan worden geplaatst.

Verder kunnen wij een reeks van voorlichtingsbijeenkomsten met jagers organiseren over de problematiek. Daarnaast zullen wij een enquête onder jagers en vissers houden om enig idee te krijgen hoeveel beschermde vogels er nu eigenlijk jaarlijks worden geschoten. Verder is het mogelijk extra jachtcontroles langs de kust te houden. Tenslotte zal vanuit een vliegtuigje de huidige ligging van de broedplaatsen van de rode ibis worden getraceerd en de grootte van de tegenwoordige broedpopulatie worden bepaald, zodat we de huidige stand kunnen vergelijken met die van vroeger.

Maar wij willen nog meer. Op dit moment zijn wij nog naarstig op zoek naar financiële mogelijkheden om later dit jaar in samenwerking met de Stichting voor Schoon Suriname een boekje voor kinderen en een lesbrief voor scholen te drukken waarin op de betekenis van de kust voor watervogels en de gevolgen van de jacht op beschermde vogels zal worden ingegaan.

Wij staan nu aan het begin van de bewustwordingscampagne. Zou u, meneer de Minister, het startsein willen geven voor de campagne door zo meteen als eerste een sticker, flyer en poster in ontvangst te nemen. U krijgt dan tevens een exemplaar van mijn boekje over de kustvogels mee om u eventueel verder te verdiepen in de achtergronden van deze campagne.

Voor uw medewerking en interesse in dezen dank ik u namens Natuurbeheer-LBB, STINASU en de Vrienden Natuurbehoud Suriname bij voorbaat zeer.

Paramaribo, 26 mei 2006

Aanbieding van eerste exemplaar poster voor een betere bescherming van kustvogels aan de minister van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer